09-06-2011 | Ging het vorige bericht aangaande de uitwerking van de Aardenburgse opgravingen over het goed te dateren terra sigillata-aardewerk, inmiddels zijn de Romeinse munten onderwerp van onderzoek. Ook zijn de oude veld- en overzichtstekeningen bewerkt.
In het begin van de afgelopen periode betreffende de uitwerking van de Aardenburgse opgravingen lag de nadruk de vondstdocumentatie en het goed te dateren terra sigillata aardewerk. De database van de versierde terra sigillata en de stempels op dit aardewerk is klaar, alle foto’s daar van zijn gescand en er vindt nu een actualisering plaats van de oude determinaties van opgraver Jan Trimpe Burger door Ester van der Linden. Getracht wordt om met hulp van studenten een zo volledig mogelijke catalogus van dit aardewerk in het rapport op te nemen.
Muntenonderzoek hervat Inmiddels zijn de Romeinse munten onderwerp van onderzoek. Ook deze bieden goede dateringsmogelijkheden van de contexten waaruit ze afkomstig zijn. In het verleden werd deze vondstcategorie beschreven door specialisten van de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en van het Koninklijk Munt- en Penningkabinet. Omdat er in het laatste decennium nieuwe inzichten zijn voor wat betreft de munten uit de late derde eeuw na Chr., is besloten opnieuw een specialist naar de munten te laten kijken. Dr. Jérémie Chameroy van het Römisch-Germanisches Zentralmuseum in Mainz (Duitsland), heeft globaal al alle munten opnieuw gezien, waarbij er speciale aandacht was voor de zogenaamde Antoninianii.
Vermoeden bevestigd Deze groep zeer kleine laat-Romeinse muntjes (met een gemiddelde diameter van slechts één centimeter) kan licht werpen op de laatste bewoningsfase van Romeins Aardenburg. De eerste resultaten geven aan dat de meeste Aardenburgse munten van de tegenkeizers Postumus (260-269), Tetricus I (271-274) en diens zoon Tetricus II (273-274) zogenaamde barbaarse imitaties zijn van na de officiële muntslag. Dat houdt in dat daarmee het vermoeden dat de einddatering van Aardenburg verder in het laatste kwart van de derde eeuw lag (oorspronkelijke einddatering van Trimpe Burger: 260-270 na Chr.) hiermee opnieuw wordt bevestigd.
Veldtekeningen gedigitaliseerd In het afgelopen half jaar is ook druk gewerkt aan het vectoriseren van de gescande oude veld- en overzichtstekeningen van de Aardenburgse opgravingen. Daarbij zijn de gescande tekeningen omgezet naar te manipuleren werkbestanden. Dat omvangrijke en moeilijke deel van het project kon begin maart worden afgerond. Op dit moment worden door middel van een GIS-programma daaruit de opgetekende sporen en structuren uit de Romeinse tijd en de middeleeuwen van elkaar gescheiden. Vervolgens zal een selectie gemaakt worden van binnen dit project uit te werken sporen en gebouwen van de Romeinse nederzetting te Aardenburg. De eerste resultaten van deze analyse van de sporen door Guus Besuijen en Wouter Vos heeft al nieuwe inzichten opgeleverd en is dus veelbelovend.