In 1928 werd op de werf Meerman in Arnemuiden de ARM 42 gebouwd. Vermoedelijk is zij dan de laatste vissermanhoogaars die zonder motor gebouwd wordt. Het schip is nog maar gedeeltelijk afgebouwd als begin oktober 1928 de opdracht wordt gegeven voor afbouw als jacht. De nieuwe eigenaar laat meteen een motor van 12 pk inbouwen en geeft het schip de naam 'Goëland'. Rond 1934 wordt het schip, dat dan zichtbare tekenen van verwaarlozing vertoont, gekocht door Henry Beyer.
Een grote beurt is nodig en nadat de romp helemaal kaal wordt gehaald wordt het schip in 1935 onder de naam 'Alcyon II' ingeschreven in Lloyd's Register of Yachts. Ook wordt ze ingeschreven bij de Royal Antwerp Yacht Club. De 'Alcyon' heeft dan ook een eigen herkenningsvlag: een witte ijsvogel op een turkooizen veld.
In de jaren 1937 en 1938 neemt het schip regelmatig deel aan grote evenementen in Antwerpen maar nooit met veel succes. Na het overlijden van Henry Beyer in 1944, wordt de 'Alcyon' eigendom van zijn schoonzoon Pierre Boumans. Tijdens de oorlog is de familie met het schip naar Frankrijk gevlucht. Achterhaald door vijandelijkheden is de 'Alcyon' ergens aan de Frans-Belgische grens blijven liggen. Toen het jacht werd teruggevonden was de gehele inventaris verdwenen, maar het schip zelf was nog intact.
In de zestiger jaren had de 'Alcyon' Lillo als thuishaven en had een vaste schipper, de bekende 'Koning van Lillo' totdat hij in 1972 tragisch overleed. Hierna is het schip een tijd eigendom geweest van een familie uit 's Gravenwezel. Begin jaren negentig raakt het schip in de versukkeling en in 1997 wordt het inmiddels slechte schip aangekocht door de Stichting Behoud Hoogaars.
Dankzij een subsidie van de Euregio kan eind 1999 worden begonnen met een volledige restauratie. Op 16 juni 2001 werd het schip gedoopt door mevrouw Bouwmans-Beyer (een van de vorige eigenaren, 88 jaar oud) en de heer W.T. van Gelder, commissaris van de koningin in Zeeland.