De Eerste Kamer heeft 31 mei 2011 ingestemd met het wetsvoorstel Modernisering Monumentenzorg. Hiermee wijzigen de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het denken over de omgang met monumenten is sindsdien sterk veranderd.
Kenmerken zijn een verschuiving in denken van object naar gebied en van behoud naar ontwikkeling. Ook het denken over de organisatie van de monumentenzorg is veranderd. Daarom moet het systeem worden aangepast aan de ontwikkelingen. Zo gaat er het een en ander veranderen met betrekking tot vergunningen om de regeldruk te verminderen. Alle wijzigingen gaan 1 januari 2012 in, tenzij anders vermeld. In het nieuwe monumentenbeleid staan drie pijlers centraal:
Cultuurhistorische belangen meewegen in de ruimtelijke ordening;
Krachtiger en eenvoudiger regelgeving;
Bevorderen van herbestemming.
Algemene maatregel van Bestuur In de algemene maatregel van bestuur is het nieuwe vergunningvrije regime opgenomen. Een aantal activiteiten aan rijksmonumenten en in beschermde gezichten wordt vergunningvrij.
1. Onderhoud en niet-monumentale onderdelen vergunningvrij Het Besluit omgevingsrecht (Bor), een nadere uitwerking van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), bepaalt dat voor wijzigingen aan beschermde rijksmonumenten niet langer in alle gevallen een vergunning nodig is. Het grootste gedeelte blijft vergunningplichtig, maar procedures waarbij het monumentenbelang niet of nauwelijks geraakt wordt, worden vergunningvrij. Welke procedures dat precies zijn, staan beschreven in de factsheet die rechts op deze pagina is te vinden.
2. Beschermde stads- en dorpsgezichten Het Bor wordt ook aangepast voor beschermde stads- en dorpsgezichten. Momenteel is daar niets vergunningvrij, ook niet voor niet-beschermde panden. Het voorstel is nu om kleine ingrepen, niet zichtbaar vanaf de openbare weg (dus aan de achterzijde), vergunningvrij te maken. Denk aan de bouw van een schuurtje of het maken van een dakkapel. Rijks-monumenten zijn hiervan uitgezonderd, daar geldt het regime onder 1.
3. Advies Gedeputeerde Staten Gedeputeerde Staten adviseren – buiten de bebouwde kom – alleen nog over plannen waarover het rijk ook adviseert: bijzondere plannen waarbij sloop, herbestemming, reconstructie of ingrijpende wijzigingen in het geding zijn. Vroeger werd over elk plan geadviseerd.
4. Cultuurhistorie in het bestemmingsplan Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 1) wordt in die zin aangepast dat cultuurhistorie naast de archeologie een vast onderdeel van het bestemmingsplan wordt. Dit geldt al voor beschermde gezichten, straks ook voor alle bestemmingsplannen. Door de overgang van een objectgericht naar een omgevingsgericht beleid, moeten de cultuurhistorische waarden dus vooraf in het planproces worden ingebracht. Deze waarden kunnen vanuit het Rijk, provincie of gemeente in hun structuurvisies worden benoemd. Om deze reden wordt ook de mogelijkheid tot het aanvragen van een monumentenstatus door particulieren geschrapt; aanwijzingen zullen alleen vanuit het Rijk ter hand worden genomen. Tegelijkertijd komt de huidige 50-jaren grens te vervallen.
Herbestemming Tenslotte krijgt ook herbestemming meer aandacht in het nieuwe beleid. Er wordt een subsidiegrondslag gecreëerd voor een plankostenregeling en daarnaast zal er ook een wind- en waterdichtregeling worden geïnitieerd. Beide maatregelen zijn bedoeld om de mogelijkheden tot herbestemming van monumenten te vergroten. Zie hiervoor de pagina's