Archeologisch bodemarchief van Zeeland: 11.000 v.Chr. of eerder

Al eeuwenlang, tot ver voor onze jaartelling, wonen en werken er mensen in Zeeland. Deze bewoners hebben door de tijd heen hun sporen nagelaten, in de vorm van haarden, pijlpunten, restanten van bebouwing, tempels, aardewerk, beerputten en dergelijke.

De bewoningsgeschiedenis van Zeeland is grofweg in te delen in de volgende tijdsperioden: de prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en de nieuwe tijd.

Prehistorie
De oudste vondsten in Zeeland dateren uit de laatste fasen van de oude steentijd of het laat-Paleolithicum, ongeveer 11.000 voor Christus. Er zijn zelfs vondsten bij, afkomstig voor de kust bij Cadzand en die van Walcheren, die nog ouder zijn en dateren uit het midden-Paleolithicum (oude steentijd; ze zijn mogelijk al 100.000 jaar oud). De vindplaatsen uit het Mesolithicum (midden-steentijd, 8000 tot 4000 v.Chr.) bevinden zich in het pleistocene dekzandgebied van Oost- en West-Zeeuws-Vlaanderen.

De vindplaatsen uit het Neolithicum (nieuwe steentijd, 4000 tot 2000 v.Chr.), zoals in de Kop van Schouwen, bevinden zich in de oude duinen en op oude strandwallen. Ook in latere prehistorische perioden, de bronstijd en de ijzertijd hebben bewoners sporen nagelaten - zij het beperkt. Met name uit de ijzertijd (800 tot 12 v.Chr.) zijn verschillende vindplaatsen en vondsten bekend, onder andere uit het kustgebied van Walcheren en Schouwen.
 

Meer Bodemarchief