Korte bewoningsgeschiedenis van Zeeland: 12 v.Chr. tot 1050 n.Chr.

Romeinse tijd
Uit de Romeinse tijd (12 v.Chr. tot 450 n.Chr.) is meer informatie bekend dan uit de perioden daaraan voorafgaand. Naast recent opgegraven landelijke bewoning in de Zak van Zuid-Beveland zijn er de twee tempelcomplexen bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat, waar de godin Nehalennia vereerd werd. De verering van deze godin is tot nog toe alleen bekend uit Zeeland. Een andere belangrijke locatie uit deze periode is Aardenburg, waar vanaf circa 180 n.Chr. het enige tweede-eeuwse nieuwbouw castellum in Nederland werd aangelegd.

Vroege middeleeuwen
Aan het eind van de Romeinse periode en het begin van de vroege middeleeuwen (450 n.Chr. tot 1050 n.Chr.) is er weinig bewoning in Zeeland. Vanaf circa 700 wordt nieuw ontstane kleigebied langzamerhand weer gekoloniseerd. Bewoning begint dan voornamelijk op de hoger gelegen kreekruggen. De belangrijkste overblijfselen en monumenten uit deze periode zijn de vijf Karolingische ringwalburgen van Burgh, Domburg, Middelburg, Oost-Souburg en Oostburg. Deze werden aan het einde van de negende eeuw aangelegd ter bescherming van de bevolking tegen de invallen van de Vikingen.